Nieuwjaar in Ghana

Kerstavond had ik gezellig ouderwets thuis gevierd samen met mijn gezin en familie.
Op Kerstdag zelf reisde ik met mijn dochtertje dat toen een jaar of 9 was, naar onze ‘extended family’ in Ghana.
Nee, we hadden geen bloedbanden in Ghana, noch enige stamverwantschap.
In ’98 hadden we voor het eerst de familie van een ex-schoonbroer bezocht en we waren als vanzelf ‘extended family’ van zijn gehele ‘extended family’ geworden.
Voor het leven.

‘The extended family’ staat in Ghana tegenover ‘The nuclear family’.  The nuclear family, zo wordt schoolgaande kinderen aangeleerd, bestaat uit je vaders en je moeders en hun kinderen.  Bij ons zouden dat je ouders plus je ooms en tantes en je neven en nichten zijn.  Bij de Ashanti zijn de broers en zussen van zowel je vader als je moeder nl. ook jouw vaders en moeders; hun kinderen zijn net als je biologische broers, ook jouw broers en zussen.
Tot de ‘extended family’ behoren alle andere bloedverwanten (grootouders, kleinkinderen, achterneven en -nichten), maar ook allen die men om één of andere reden als familie beschouwt: goede vrienden, buren, dienstmeisjes en -jongens, werknemers …
Zo waren ikzelf en mijn dochter, en mijn hele familie – al beseft mijn familie dat nog steeds niet- familie geworden van deze Ghanese familie.

Als familielid heb je verantwoordlijkheden.

Je zorgt voor je familie; je deelt lief, leed en middelen met ze;  je doet er alles voor om de familie samen te houden en eventuele problemen op te lossen… kortom ‘you care’!
Je familie breidt ook voortdurend verder uit en niet alleen via nieuwe geboortes.
Je kan er bijvoorbeeld moeder worden van een zoon zonder dat je er ooit noemenswaardige sex hebt gehad.

Dat is mij overkomen.
Een 16-jarige weesjongen -althans zo stelde hij zichzelf voor – begon plots te beweren dat hij mijn geadopteerde zoon was.  In die tijd sprak hij nog geen woord Engels en ik nog geen woord Twi, maar in Ghana ben je nooit alleen noch zonder hulp, dus de vertaler die zich voor de gelegenheid aandiende, deelde me klaar en niet mis te verstaan mee: ‘He has adopted himself to you’.

Ziehier hoe hij – mijn ‘zoon’ dus- zijn eigen adoptie in de loop der jaren beetje bij beetje, schier ongemerkt tot een feit heeft gemaakt.

–  Eerst begint hij je steevast ‘mum’ te noemen en hij noemt zich ‘your son’ als hij over zichzelf tegen je praat…  Hij is altijd in je buurt en neemt je voortdurend alle werkjes uit handen:  vegen, je kleren wassen, pisemmer uitgieten…

Het was een lieve jongen, daar niet van, maar zijn ‘gemum’ kon me niet bekoren. Ik voelde me er ongemakkelijk bij en ook wel in de zak gezet.  Ik had dat moederschap opgedrongen gekregen en ik dien op zich al niet zo voor opgedrongen toestanden.
–  Enkele jaren later komt hij je- nadat hij een meisje heeft zwanger gemaakt- fier als een gieter ‘jouw’ kleinkind aan je tonen:  ‘Look mum, your beau-ti-ful granddaughter; she looks exactly like you… watch the nose” onderwijl die baby in je armen proppend en tegen de baby ‘Where is granny’?  kielekiele ‘Give granny a biiiiig smile’…

Op het moment dat je met dat kleine zwarte wezentje in je armen zit dat voor de gelegenheid opgedirkt is met helwitte synthetische frullen en krullen, voel je als vrouw de wereld, het leven zelf, de oerknal door je hele lijf sidderen…je bènt gewoon moeder voor àlle kinderen, voor alle mensen groot en klein.
Die adoptiekwestie houdt je op zo’n moment niet bezig.

 

–  Tot hij op een dag alweer een nieuw glunderend, blinkend vriendinnetje aan je komt voorstellen, je ziet de vonken zo van die twee afspatten en de angst slaat je om het hart dat je binnenkort alweer grootmoeder wordt.
En dan gebeurt het:  plots hoor je jezelf zeggen : ‘Look my son, as your mum I’d like to advise you to use condoms’.

Kinderen – hoe oud ze ook zijn- moeten in deze cultuur nl. steeds naar hun ouders luisteren… en je hoopt dat het werkt….
Ondertussen heb je hem ‘mijn zoon’ genoemd en jezelf ‘jouw moeder’ … en net als zou het om een biologisch ontstane verwantschap gaan: je kan het niet ongedaan maken, er is geen weg terug!

Je kan het proberen om de voortplanting tot een overzichtelijk niveau te reduceren, maar de niet-biologische ‘extension’ van de familie valt hoedanook niet te stoppen.  In de loop der jaren kwamen er ook nog 2 broers van ‘mijn zoon’ in het familiehuis aangeland (broers of neven of vrienden dus) die van zichzelf zeiden dat ze mijn kinderen waren omdat hun broer nu eenmaal mijn kind is…
Nooit naar school geweest, maar helemaal niet dom!

Op die bewuste kerstdag liep ik na een geslaagde vlucht met het toenmalige Ghana Airways -“Your star in the sky, only God knows when you fly”-  met mijn kind en zo’n 120kg bagage naar de uitgang van Kotoka-airport.   Enkele familieleden zouden me er zoals gewoonlijk opwachten.
Luchthavenwerkers, poetsers, douaniers, allen vroegen ze naar ‘hun’ kerstcadeautje..

Ik vond het behoorlijk aanmatigend en onbeleefd om zomaar zelf naar een cadeautje te vragen en dan nog aan een wildvreemde.  Ik was het indertijd wel gewoon (ondertussen is dat heel veel verbeterd) dat ze altijd iets vroegen aan de blanken die landden, maar kerstcadeautjes?   Het was de eerste keer dat ik met kerstmis in Ghana was, ik was moe, de warmte overviel me en ik zei dat ik geen cadeautjes had.  ‘No problem, you give me money…’  Ik maakte me ervan af door te zeggen dat ik nog geen cedis (de plaatselijke munt) omgewisseld had, wat de waarheid was..  In de vòòr-euro-tijd nam je best dollars, Engelse ponden of Duitse marken mee naar Ghana.
‘Don’t worry, I’ll break it for you’, waarmee ze bedoelden dat ze een 100 dollar briefje zouden gaan wisselen voor me en er een kerstcadeautje zouden van afhouden om me vervolgens de rest terug te geven.  In Ghana bestaat er werkelijk voor alles een instant-oplossing.
En geloof het of geloof niet, maar je kàn zoiets doen in Ghana.  Je kan een wildvreemde geld toevertrouwen om te gaan omwisselen in de plaatselijke munt, zodanig dat je hem achteraf het deel kan geven dat je wou geven.
In tegenstelling tot hier bij ons en ook overal elders in de wereld, heb je heel veel kans dat je hem terug ziet.

Het enige risico dat je neemt is dat hij onderweg overvallen is geworden met een wapen (armed robbery), of dat iemand het geld uit zijn handen heeft  weggegrist tijdens het wisselen en is gaan lopen, of dat er iemand voodoo op hem gedaan heeft, waardoor het geld veranderd is wat kiezeltjes die hij uit zijn broekzak tevoorschijn haalt.   Daar is natuurlijk niets aan te doen.

 

Eenmaal ter plekke werd ik in de week tussen Kerstmis en Nieuwjaar waar ik ook ging, op straat voortdurend aangeklampt door vooral meisjes en vrouwen: “Give me my Christmas present”.

Aan sommigen gaf ik wat geld, maar aan velen gaf ik niets: ze waren gewoon met teveel.
Ik raakte van langs om meer geïrriteerd en gefrustreerd door al die ontgoochelde gezichten en boze blikken van degenen aan wie ik niets gaf.
Tot mijn Ghanese vriend me aanraadde om tegen iedereen die een cadeautje vroeg gewoonweg te zeggen dat ik morgen zou terugkomen met een geschenkje.
“Wat voor onzin is dat nu weer?”  Van dit soort ‘goede raad’ werd ik niet bepaald vrolijker. “Ik moet hier morgen helemaal niet zijn, ik zie die mensen nooit terug…”
“Ja, dat weet ik ook, maar op die manier maak je hen tenminste gelukkig.”
“Hoezo, gelukkig?  Dat geschenkje komt er toch nooit, hoe kan ik hen dat nu beloven?”

“Als jij zegt dat je morgen met een geschenkje komt, geef je hen hoop, en dat is wat ze van je willen, als het je niet lukt om hen een cadeautje te geven.”
“Maar dan zijn ze morgen toch zwaar ontgoocheld” opperde ik.

“Morgen zijn ze dat al lang vergeten, ’t is nu dat je hen hoop en een mooi vooruitzicht kan geven”.
Ik begreep hem naderhand wel, maar ik vond het ook niet juist om doen.
Die hele mentaliteit was hen immers aangekweekt geworden door de kolonisator die indertijd letterlijk met zijn handen in zijn broekzakken vol waardeloos glittergeld had zitten rinkelen, hen vanalles belovend en vooral hen voor vanalles en nog wat inzettend, ook al ging dat tegen hun cultuur in, zelfs al werd hun eigen stam en volk erdoor bedreigd en ten dele vernietigd.
Het systematisch bedelen bij blanken was in de genen gekropen.

Maar hij hield vol:  “Het is toch ook veel prettiger voor jou, om naar blije en opgewekte mensen te kijken, die naar je zwaaien en je ‘Tot morgen’ naroepen?”
“Ik zie inderdaad wel liever vrolijke gezichten,” beaamde ik, “maar het ligt niet in mijn aard om iemand blaasjes wijs te maken.”
“Je ziet het nog steeds verkeerd: je geeft hen hoop en verder moet je daar niet over nadenken, dat beetje hoop, dàt is je geschenk aan hen… just don’t worry!”

Mijn twijfels verzwakten al wat, om in één keer helemaal weg te vallen toen hij erbij voegde: “Bovendien, je moet jezelf beschermen : iedere keer dat je nee zegt, maak je kans dat je vervloekt wordt.  Die mensen hier verstaan dat niet dat jij als blanke niet aan iederéén een geschenkje kan geven, noch dat je middelen beperkt zijn;  iedereen hier vindt van zichzelf dat hij recht heeft op een kerstgeschenkje van jou.  Als jij hen dat recht ontneemt, gaan sommigen onder hen je onverwijld vervloeken, they can curse you.   Na een tijdje merk je dan dat je niet meer vooruit geraakt in je leven, dat niets nog lijkt te lukken, dat je kippen sterven of je geit niet meer groeit… Dat komt door de vervloekingen die je op je hebt gehaald, zonder dat je het wist.”

In de loop der jaren heb ik een Ghana-woordenschat ontwikkeld – of liever: ‘gekopieerd’ van hen- die iedere weigering van mijn kant netjes omzet in een aan de situatie aangepast kant en klaar antwoord: ‘Yes sure, tomorrow’; ‘Next time, by all means’; ‘I’m finished’ (mijn geld is op);  ‘Of course, I’ll call you”; …enz.

Het grappige is dat iedereen wéét dat deze woorden beleefde weigering en loze beloftes betekenen, want iedereen gaat zo met iedereen om.  Maar deze omgangsvorm vermijdt nu eenmaal het uitlokken van de talloze vervloekingen waarvoor men zo bang is.   Dit verklaart waarom ‘neen’ zo goed al niet niet bestaat in Ghana en ook waarom àlles mogelijk lijkt te zijn:  niemand zal je ooit zeggen dat iets niet kan, wat je ook wil doen of wil bekomen.
Met oudejaarsavond dacht ik aan wat gezelligheid met zijn allen in het grote gemeenschappelijke huis.
Er kwam alvast geen knetterend haardvuur aan te pas zoals bij onze typische eindejaarssfeer, want rond deze tijd van het jaar is het er enorm droog met nachttemperaturen die niet veel verschillen van dagtemperaturen en dus gemakkelijk rond de 30°C en meer draaien.
Water is er aantrekkelijker dan vuur!

s’Ochtends vroeg had ik geld gegeven om een grote geit te kopen, een berg groenten en een tros plantains en een hoop cassaves om fufuo te maken.  De geit werd geslacht en samen met enkele bewoners gingen we drankjes inslaan voor het oudejaarsfeest.  In die tijd was er weinig keuze:  Star (flessen pils van 69cl) en Guinness voor wie alcohol dronk en Malt, Fanta, Cola en Sprite voor de volwassenen die van hun kerk geen alcohol mogen drinken en de kinderen.  Tegen de avond stampten de vrouwen en jonge jongens fufu à volonté.  Ze brachten onze portie (wij eten geen vlees, dus voor de gelegenheid doopten we onze fufu in wat saus van de geit waar ook de groenten in verwerkt zaten).
Terwijl mijn dochter en ik aten, viel de de stilte in en rond het anders zo rumoerige huis erg op.

Het is er niet gebruikelijk dat men samen tegelijkertijd aan een tafel gaat zitten, er zijn  trouwens geen tafels.  Ofwel gaat men met een groepje rond de kookpot zitten die in het midden op de grond staat, ofwel – in ons huis heel gebruikelijk- krijgt iedereen zijn eigen potje, dat hij dan in een hoekje of kantje gaat zitten uiteten.
Ik vroeg me af waar iedereen bleef, het was tenslotte oudejaarsavond, en we zouden dan nog bier drinken en dansen…
Ik had mijn dochtertje al lang geleden in bed gestopt en zelf was ik aan het wegdommelen- toen de bewoners één voor één thuis kwamen.  Ze hadden allemaal één ding gemeen: ze waren strontzat!
Een vrouw gaf hen hun eetpotje alnaargelang ze aanlandden.

Ik weet niet wat er erger is:  zatte nonkels of zatte negers..
Toen ik naar hun toestand informeerde en waarom ze het avondmaal niet genomen hadden toen alles klaar en nog warm was, kon ik opmaken dat ze dronken vòòr het eten omdat de alcohol dan beter werkte en ze veel zatter werden.

Overal in de streek vind je ‘spots’ (kroegjes) waar je voor letterlijk een paar cent een ‘tout of local’ (een lokkertje) kunt kopen: een slok meestal illegaal uit palmwijn gestookte lokale sterke drank.
Een 3-tal ‘touts’ vullen een klassiek whisky-on-the-rocks-glas tot overlopens toe.

De Ashanti nippen nooit van een glas: wat we hier onder ‘salamanderen’ verstaan, lijkt een toepasselijker woord voor de snelheid en wilskracht waarmee zo’n glas geleegd wordt.
Ze hadden dus al zichzelf in de stemming gebracht middels de ‘local’, stortten zich vervolgens op het bier dat ik voorzien had en gingen daarna snel eten.
Nadat ze gegeten hadden, gingen ze een plaatsje zoeken om te slapen.

Er valt niet veel meer te vertellen over deze nieuwjaarsnacht, enkel dat hij nogal kort uitgevallen was.
Ik ging dan ook maar slapen.  Ergens tussen 21 en 22 uur moet het geweest zijn.   .

Toen ik ’s morgens opstond,  kiplekker, fris hoofd en goed uitgerust- wie kan dat zeggen op Nieuwjaarochtend?- merkte ik dat de eerste die ik ‘Happy Newyear’ wenste, me raar aankeek en gewoon met ‘Good morning’ antwoordde.
Een tweede beantwoordde mijn Happy Newyear met “Yes”…

Het begon tot me door te dringen dat, laat ons zeggen ‘Nieuwjaar daar niet echt leeft’!
Ze hadden het fantastisch gevonden van die geit en al dat eten en dat bier en ze hadden zich er de hele dag op voorbereid, zich lazarus gedronken alvorens te eten, maar zij hadden geen flauw benul dat het oudejaarsavond geweest was en vandaag  nieuwjaar!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s